Leendert-Jan traint mee met militairen

Zijn armspieren doen pijn. Hij kan bijna niet meer. Leendert-Jan Schinkelshoek (11) uit Sliedrecht hangt op z’n kop aan een touw. Als hij loslaat, valt hij in de sloot. En is-ie een slappe marinier.

Sergeant Trommel staat aan de overkant te wachten op zijn rekruut. Normaal gesproken drilt hij op de Van Ghentkazerne in Rotterdam oudere mariniers in opleiding. De meeste militairen van het Korps Mariniers beginnen met hun opleiding als ze 17 of 18 jaar zijn. Leendert-Jan heeft deze woensdagmiddag geluk. Hij mag samen met Kits nu al ervaren hoe het is om voor marinier te leren.

Aan slappe vechtjassen heeft het leger niets. Dat leert sergeant Trommel Leendert-Jan vandaag. Samen met de gespierde militair dribbelt hij naar de 400 meter lange hindernis­baan. Daar zijn een touwladder, een donkere tunnel, een grote zandbak waar je doorheen moet kruipen, een evenwichtsbalk, een muurtje waar je niet omheen mag lopen en ga zo maar door. De sergeant vertelt wat Leendert-Jan moet doen, en hij doet het. Het broertje van Leendert-Jan, de zevenjarige Joël, traint ook mee. En doet goed zijn best. Maar door het raam kruipen lukt hem niet. Daarvoor is hij te kort. Leendert-Jan helpt hem. De sergeant is tevreden. „Elkaar helpen is voor mariniers belangrijker dan snel zijn.”

Apenhang volhouden
„Volhouden, hè” brult de sergeant als Leendert-Jan in apenhang boven de sloot bungelt. Het touw slingert. „Niet opgeven, dan heb je een nat pak.” Leendert-Jan raapt al zijn kracht bij elkaar. Op de hindernisbaan had hij geoefend om zijn benen te gebruiken, maar dat lukt nu niet. „Dan val ik”, vreest hij. Daarom sjort hij zichzelf aan zijn armen naar de overkant. „Nog één meter”, brult de sergeant. Even later laat Leendert-Jan het touw los. De sergeant grijnst. En geeft hem een high five.

„We doen de hindernisbaan nog een keer”, besluit sergeant Trommel. Leendert-Jan knikt. Hij heeft maar te luisteren. Op een drafje rent hij achter de instructeur aan. „Vond je de training zwaar?” vraagt de marinier als Leendert-Jan voor de tweede keer het blauwe bordje ”finish” voorbij is gerend. „Het ging wel”, vindt Leendert-Jan. „Ik heb gezien dat je het goed deed”, zegt de sergeant. „En de komende jaren word je nog groter en sterker. Jou zie ik over een paar jaar graag terug.”

Verschrikkelijk wapentuig
Kapitein Brouwer neemt Leendert-Jan mee naar de wapenkamer. „Daar kun je je verlustigen aan verschrikkelijk wapentuig”, belooft hij. Eerst komt Leendert-Jan in een grote hal. Langs de muren zijn gigantische kisten metershoog opgestapeld. In het midden staan rijen stalen tafels. „Zitten er wapens in die kisten?” wil Leendert-Jan weten. „In deze niet, maar ze worden daar voor gebruikt.”

De twee gaan een deur door. Aan weerszijden van de gang staan ijzeren kooien. Achter het staal hangen rijen messen, pistolen en geweren. „Hé, die zijn blauw”, wijst Leendert-Jan. „Dat zijn neppers”, vertelt de kapitein. „Die gebruiken we om te oefenen.”

De kapitein drukt op een bel. Een volgende deur zwaait open. Op een tafeltje staan drie wapens die mariniers gebruiken. „Dit is de Colt C8”, wijst kapitein Brouwer. Hij pakt het geweer van de tafel en controleert of er écht geen patroon in het wapen zit. „Waar moeten de kogels in?” vraagt hij Leendert-Jan. „Hier”, wijst hij. „Heel goed.”

Het schiettuig is uitgerust met een laser. De kapitein drukt op een knopje en op de deur verschijnt een rood puntje. „Dat is handig als je wilt richten”, vindt Leendert-Jan. „Als de vijand zo’n rode stip op het lichaam ziet, wordt hij zeker wel bang?” De kapitein lacht. „Hoe ver kan-ie eigenlijk schijnen?” „Dat is geheim. We gebruiken de laser vooral in donkere gebouwen”, legt een andere marinier uit.

Naast de Colt staat een nog groter wapen. Het is een machinegeweer, een MAG. „Moet elke marinier deze meenemen?” vraagt Leendert-Jan. Het lijkt hem loodzwaar. „Nee hoor”, verzekert de kapitein. „In een groepje van zestien mariniers nemen we er één of twee mee.”

Als Leendert-Jan met een tas vol marinierscadeaus de kazerne wil uitlopen, komt hij generaal Mac Mootry tegen. De belangrijke militair geeft hem een hand, gaat met hem op de foto en zegt bij het afscheid: „Leendert-Jan, ik wilde op mijn vierde al soldaat worden. En kijk, mij is het ook gelukt.”


Dit is deel negen in een serie droombanen.

 

Geplaatst op: 28-09-2018 geschreven door: tekst Arien van Ginkel, beeld Anton Dommerholt

Reacties

felina smits on
hoi leendert-jan,
het was een leuk filmpje en leuk wat je allemaal hebt vertelt in de klas.
iedereen kent je nu ineens.

groetjes van Felina en heel de klas.
Hanna pul on
gaaf was zeker super leuk ;)
Roselinde Geleijnse on
Echt knap van jullie!
Wel een hele onderneming!

groetjes Roselinde Geleijnse

(ik kwam dit artikel tegen, ik dacht laat ik daar op reageren, jullie kennen mij vast niet, ik ken jullie touwens ook niet, maar ik vind het gewoon knap!)
Mama on
Lieve Leen,
Je was geweldig, samen met Joël!
Ik hoop dat je nog eens zo een leuk uitstapje organiseerd!

Liefs mama

Leave a Reply

Name:
Email:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Hoe vies is een telefoon eigenlijk? (Video)

Heb jij een telefoon? Denk je er wel eens over na hoe vies zo'n ding eigenlijk is? De meeste mensen hebben hun mobiele telefoon verschillende...

lees meer

Koningin Máxima doopt schip Vox Amalia

Koningin Máxima doopt schip Vox Amalia

Koningin Máxima doopte vrijdag 14 december in Rotterdam sleephopperzuiger Vox Amalia. Het is het nieuwe schip van baggerbedrijf Van Oord. Met...

lees meer