Soldatenbaas op basisschool na spreekbeurt Alexander

De spreekbeurt van Alexander Breas (11) ging over de Koninklijke Luchtmacht. Hij nodigde de minister van Defensie uit om een les te geven op zijn school. Ze kwam nog ook.

Het klimrek is ingeklapt en de dikke mat ligt in een hoek over de bok. In de gymzaal van de Johannes Calvijnschool in Veenendaal staan tientallen blauwe stoelen in keurige rijen achter elkaar. Op die stoelen zitten de groepachters. Ieder kind heeft een potlood in de hand. Een papier met de vraag die ze graag willen stellen aan de baas van alle Nederlandse militairen.

De minister drinkt ondertussen nog een kop zwarte koffie in de personeelskamer. „We voelen ons zeer vereerd dat u bent gekomen”, zegt directeur Van Wijngaarden. „Bezoekt u vaker basisscholen?” „Niet zo vaak, hoor”, zegt Bijleveld. Lachend: „Vaak vinden kinderen het uniform van majoor Stefan interessanter dan mijn persoon.”

De koffie is op. De minister wandelt door de gymzaal naar voren. Twee mannen lopen achter haar aan. De man in het blauwe pak heet Bob. Hij helpt de minister met politieke zaken. De man in het uniform luistert naar de naam Stefan. Hij geeft de soldatenbaas advies over militaire zaken. 

Vanachter een lessenaar vertelt Bijleveld wat het ministerie van Defensie doet. Voor haar neus ligt een spiekbriefje met handgeschreven aantekeningen. Tijdens haar les schieten telkens kindervingers de lucht in. „Ik heb je vinger gezien en zal je straks het woord geven”, zegt Bijleveld ten slotte tegen een van de kinderen die opnieuw zijn vinger opsteekt. „Ik wil ook even mijn verhaal vertellen.” 

Vakantie

„Wat doet een minister van Defensie eigenlijk?” wil Bijleveld van de kinderen weten. „Vergaderen”, denkt een leerling. „Naar het buitenland gaan”, zegt een tweede. „ Brieven beantwoorden”, weet een derde jongen. „Meiden, wat denken jullie dat ik doe?” „U moet elke keer bedenken wat u zult aantrekken”, reageert er een.

Nu krijgen de kinderen alle ruimte om vragen te stellen. „Waarom heeft u dit beroep gekozen?” „Dit is geen beroep dat je kunt kiezen. Je wordt gevraagd. Maar ik vind dit werk wel heel mooi om te doen.” En op een andere vraag bekent de minister: „Vroeger wilde ik juf worden. Dat is helemaal mislukt.”

De vragen gaan door. „Wat vindt u leuk aan minister van Defensie zijn?” „Het is heel afwisselend werk.” „Wat zijn nadelen?” „Er zijn soms akelige debatten en ik werk van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat.” „Heeft u vaak vakantie?” „ Twee weken per jaar. Jullie veel meer.”

Over sommige vragen hebben de kinderen diep nagedacht. „Vindt u dat staatssecretaris Visser moet aftreden?” vraagt een van de kinderen op de dag voordat Bijlevelds collega door de Tweede Kamer aan de tand wordt gevoeld over de marinierskazerne die in Vlissingen had moeten komen. „Ik hoop dat de politici ook naar haar kant van het verhaal willen luisteren”, reageert de minister.

„Wat is de strategie van de missie van Nederland in Afghanistan?” vraagt een ander kind. „ Ja, daar zitten we al even, hè”, zegt Bijleveld. „We proberen veilig leven te creëren voor de mensen daar. En we denken na over de vraag wanneer we daar zouden kunnen vertrekken.”

Wereldoorlog

„Denkt u dat er een Derde Wereldoorlog in de lucht hangt?” vraagt een jongen achter in de zaal. „Dat heb ik gelezen.” „Ik heb dat ook gelezen, begin dit jaar”, zegt Bijleveld. „We hopen natuurlijk van niet. Maar het is waar dat er veel onzekerheid is in de wereld. Er zijn leiders die onvoorspelbaar zijn. En er zijn nu dreigingen die er vroeger niet waren. Zo hacken landen computers, of verspreiden ze nepnieuws.

We praten vaak met Europa en de NAVO, juist om een nieuwe oorlog te voorkomen. Voor die vrede moeten we hard werken. Net zoals jullie mensen erop kunnen aanspreken als ze iets niet goed doen, doe ik dat ook. Ik heb de Turken aangesproken op hun gedrag omdat ze Syrië binnenvielen, de Russen omdat ze zich bewapenen aan onze grens en de Amerikanen omdat ze tegen de afspraken in troepen terugtrekken.”

„Als er oorlog komt, hoe staat Nederland er dan voor?” vraagt een ander. „ Als land alleen kunnen we het niet”, weet de minister. „Daar zijn we veel te klein voor. We hebben onze bondgenoten nodig.”

De minister vond de kinderen erg geïnteresseerd, vertelt ze na afloop. „Als ze zich realiseren dat onze mannen en vrouwen zich dagelijks inzetten voor onze vrijheid, is mijn missie geslaagd.”

Komst minister begon als grap

„Ik hou mijn spreekbeurt over de luchtmacht”, vertelde Alexander Breas (11) thuis aan de keukentafel. „Dan moet je Ank uitnodigen”, zegt zijn grote broer Joost voor de grap. Hij kent defensieminister Ank Bijleveld, omdat hij bij het CDA werkt. De minister is ook lid van die partij.

„Doe dat maar”, drong Alexander aan bij zijn broer. „Toen moest ik het wel vragen”, lacht Joost. „De minister zei meteen dat ze zou komen. Ze vond het leuk.”

Alexander: „Ik vind het bijzonder dat ze helemaal vanuit Den Haag naar Veenendaal is gekomen voor mijn spreekbeurt. De minister is de baas van 60.000 soldaten en wil zomaar met ons praten.”

Voor zijn spreekbeurt kreeg Alexander een 9,5. „Geen 10, want hij duurde iets te lang.”

 

Geplaatst op: 28-02-2020 geschreven door: tekst Arien van Ginkel, beeld RD

Reacties

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Museum Het Schip organiseert gratis workshops voor kinderen

Museum Het Schip organiseert gratis workshops voor kinderen

Van 4 juli t/m 16 augustus kunnen kinderen aan de slag met oude ambachten in Museum Het Schip in Amsterdam.  Ze leren linoleum snijden, boekbinden,...

lees meer

Jon (5) is dol op mini shetlander Britt

Jon (5) is dol op mini shetlander Britt

Hoi Kitslezers, Mijn naam is Jon, ik ben 5 jaar en ik woon in Oostkapelle. Wij hebben thuis een mini shetlander.  Het is een echte mini van...

lees meer