Thijs naait zijn eigen kleding

Wéér schiet de draad van de naai- machine los. Thijs Guijt (10) uit Kruiningen slaakt een zucht van frustratie. Nu moet-ie opnieuw het dunne touw door het oog van de naald zien te krijgen. Priegelwerkje.

Gelukkig heeft Thijs maar eventjes last van zijn chagrijnige bui. „Om goed te kunnen naaien, heb je vooral veel geduld nodig”, zei hij eerder al. „Je moet niet opgeven.” Nu luistert hij naar zichzelf. Mama helpt hem om de machine weer in orde te maken. Een minuut later zoemt het naaiapparaat weer. „Het is zo leuk dat ik zelf dingen kan maken.”

De keukentafel waar Thijs aan werkt, ligt vol spullen die hij nodig heeft. Er zijn twee scharen, rollen draad en stofjes in allerlei soorten en maten. Met een schuin oog kijkt Thijs af en toe naar de stof die over een van de zes keukenstoelen hangt. Er staan wiskundige formules op. Zoals E=mc2. Thijs weet al wat hij met die stof gaat maken; een shirt. „Dat trek ik volgend jaar aan als ik wiskunde heb op het Calvijn College in Goes.”

Poezenmasker

In het midden van de tafel, tussen al die stofjes en scharen staat een wit apparaat. Dat is de Singer-naaimachine waar Thijs graag mee werkt. Links ervan ligt een fleurig speldenkussen volgeprikt. Zelfgemaakt.

Maar Thijs maakt meer dan kussens: een poezenmasker voor een nichtje dat vaak vliegt, een tas die precies past bij de jurk van oma en een stoere blauwe trui met zwarte kruizen voor zichzelf. Zijn kledingstuk mist nog een capuchon. Die zet Thijs er later op. Deze woensdagmiddag is Thijs met iets anders, leukers bezig.

Hij maakt een broek. Eerder had Thijs al een geruite stof uitgezocht waarvan hij het kledingstuk wilde maken. Op die lap stof tekende de groep-8’er de vorm van de broek. Daarna knipte hij over de lijntjes de broekstof uit de lap. Een keer de voorkant, en een keer de achterkant. Nu moeten die stukken aan elkaar vast komen te zitten.

Zigzagsteken

Vanachter de naaimachine toont Thijs een reep zwarte stof vast. „Dit wordt de zoom”, legt hij uit. „Dit wordt een streep aan de zijkant van mijn benen, tussen de voor- en de achterkant van de broek. Dat is nodig, want als ik de ruitjesstoffen meteen aan elkaar zou naaien, is de broek veel te krap.”

Voordat Thijs de zoom aan de broek kan vastmaken, moet hij eerst zorgen dat de zwarte stof niet kan gaan rafelen. En daarvoor heeft hij de naaimachine nodig. Hij draait aan de steekkeuzeknop en zet de machine op zigzagsteken. De rand van de stof legt hij onder de naald van de machine. Een laatste keer checkt Thijs of hij het goed doet. Ja, alles klopt. Dan drukt hij met zijn voet op het pedaal onder de tafel. Razendsnel gaat de naald op en neer. De draad ‘vliegt’ door de stof. „Ik kan al op standje 2 van 3 naaien”, zegt Thijs. „Dat is best snel.”

In de zomervakantie is de tiener begonnen met zijn nieuwe hobby. Hij verveelde zich en zijn moeder haalde hem over om naaien eens te proberen. Thijs maakte een T-shirt met cactussen. Daarna had Thijs de smaak van het naaien te pakken.

Inmiddels is hij zijn eigen kledingmerk begonnen. Op shirts en broeken naait hij het logo van zijn merk Brinx. „Die naam kwam ineens in mijn gedachten en klinkt goed.”

Met zijn merk heeft Thijs grote plannen. „Eerst wil ik kleding ontwerpen. Later misschien auto’s, ook van Brinx. En dan richt ik misschien wel de voetbalclub FC Brinx op. Die sponsor ik dan met het geld dat ik verdien. Zo leer je de mensen nog een beetje bewegen.”

Nu de zoom is gestikt, moeten de zwarte stof en de ruitjesstof aan elkaar vast komen te zitten. Thijs trekt spelden uit het kussen en rijgt om de tien centimeter de twee stoffen aan elkaar vast. Zo krijgt hij een rechte lijn. Dan legt hij de twee stofjes samen onder de naald van de naaimachine. De machine gaat weer aan de slag. Thijs let goed op of de lijn recht wordt, een centimeter uit de rand.

Dat doet hij vier keer. De draad zit er doorheen, de spelden kunnen uit de stof. Dan zit het werk voor vandaag erop. „Je kon net al zien dat het een broek werd”, weet Thijs. „Maar nu kun je zien dat het een hippe broek wordt.”

Het kledingstuk moet nog een rits krijgen en aan de boven- en onderkant een zoom. Dat is een werkje voor een volgende keer. Eerst gaat Thijs nog even naar buiten. „Want ik zit echt niet de hele tijd achter de naaimachine, hoor. Ik hou ook van lol hebben met vrienden.”


Vakman Guijt legt zijn termen uit

Naaipatroon „De lijn van de stukken stof die je uitknipt voor je broek of shirt.”

Steken „De vorm waarin je naait. Je kan met de draad zigzaggen, recht gaan, of nog andere vormen kiezen. Maar die ken ik niet.”

Persvoet „Het ding dan net boven de stof ligt en waar de naald doorheen gaat. Het voetje houdt de stof op z’n plek. Met een hendel kun je ’m omhoog en naar beneden doen.”

Speldenkussen „Daar stop je de spelden in.”

Pedaal „Daar trap je op zodat je kunt gaan naaien. Vroeger moest je aan een knop draaien, nu kun je door de stof racen.”

Geplaatst op: 16-03-2020 geschreven door: tekst Arien van Ginkel, beeld RD

Reacties

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Museum Het Schip organiseert gratis workshops voor kinderen

Museum Het Schip organiseert gratis workshops voor kinderen

Van 4 juli t/m 16 augustus kunnen kinderen aan de slag met oude ambachten in Museum Het Schip in Amsterdam.  Ze leren linoleum snijden, boekbinden,...

lees meer

Jon (5) is dol op mini shetlander Britt

Jon (5) is dol op mini shetlander Britt

Hoi Kitslezers, Mijn naam is Jon, ik ben 5 jaar en ik woon in Oostkapelle. Wij hebben thuis een mini shetlander.  Het is een echte mini van...

lees meer