Dompelen, vormen en kleuren in de kaarsenmakerij

Het liefst zitten Hanna en Sophie ’s winters op de bank met een boek. „Met de gordijnen dicht en de kaarsjes aan.” De vriendinnen maakten samen hun eigen kaars bij een kaarsenmakerij.

Om twee uur ’s middags zijn Hanna Quaak (12) en Sophie Drost (12) klaar met school. Ze zitten in de eerste klas op het Driestar College in Gouda.  „In groep 5 van de basisschool kwamen we bij elkaar in de klas”, vertelt Sophie onderweg naar de kaarsenmakerij. „Nu zitten we allebei in een andere klas. Ik doe havo en Hanna vwo.” Maar de meisjes zijn nog steeds vriendinnen. Sophie woont in Waddinxveen en Hanna in Stolwijk. Dat is allebei in de buurt van Gouda, maar wel drie kwartier fietsen bij elkaar vandaan. Als ze samen afspreken maken ze er daarom weleens een logeerpartijtje van. Dan hebben ze wat meer tijd.

Al pratend gaat de reis snel voorbij en zijn we al bij de kaarsenmakerij aangekomen. Daar wacht Willemijn de meiden op. Willemijn werkt in de kaarsenwinkel. Ze legt uit hoe een kaars gemaakt wordt. „Elke keer als de wijzer van de klok bij de twaalf staat, mogen jullie het lont in het kaarsvet dompelen”

Hanna en Sophie krijgen allebei een houten plankje. Aan het einde van het plankje zit een spijker. Daaromheen hangt een lang touw dat aan beide kanten van het plankje uitsteekt. Dat is het lont van de kaars. In het midden van de winkel staat een ton met een deksel erop. In de ton zit gesmolten kaarsvet. Paraffine heet dat.  „Elke keer als de wijzer van de klok bij de twaalf staat, mogen jullie het lont in het kaarsvet dompelen”, legt Willemijn uit. Ze haalt de deksel van de ton af. „De paraffine is 65 graden. Heel heet dus.”

De meisjes zijn heel voorzichtig. Ze luisteren goed naar de tips van Willemijn.  „Ja, hij mag er zo ver in dat het plankje nog net boven de paraffine blijft.” Na het dompelen mag het lont er gelijk weer uit. Hanna en Sophie moeten het lont even laten uitdruipen boven de bak en daarna mogen ze naar achteren stappen. „Heel goed”, zegt Willemijn.  „Dit mogen jullie twintig keer doen.”

Steeds dikker
Hanna en Sophie letten goed op de klok. Ja, weer op twaalf. Stap naar voren, dompelen, uitdruipen en weer terug. Het is een klusje waar geduld voor nodig is. Maar saai vinden ze het niet. „Het is leuk dat je de kaars steeds iets dikker ziet worden”, vindt Hanna. En inderdaad. Bij elke keer dompelen blijft er een beetje meer kaarsvet aan beide uiteinden van het lont hangen. Na twintig keer dompelen hangen er twee lange, dunne kaarsen aan het plankje. „We zijn bij de twintig!” roepen Hanna en Sophie. Willemijn komt er weer bij staan. „Jullie mogen nog wel drie keer dompelen. Dan zijn de kaarsen net wat voller.”

Na nog een paar keer dopen in het kaarsvet zien de kaarsen er prachtig uit. Nu mogen Hanna en Sophie kiezen of ze de kaars nog een vorm willen geven. Zo kunnen de twee kaarsen door elkaar gevlochten worden of kan Willemijn de kaars in een wokkel draaien. Aan een bord tegen de muur hangen zes voorbeelden. „Ik wil er in elk geval een van de drie rechtse. Die gedraaid zijn.”, weet Hanna al. En ook Sophie kiest voor een gekronkelde. Willemijn knijpt de kaarsen op sommige plekken een beetje in. De kaarsen zijn nog zacht en dus ontstaat er een patroon. Aan de onderkant draait ze aan de kaars, zodat het een wokkel wordt.

Nu is het tijd om de kaars wat harder te laten worden. Daarom moeten Hanna en Sophie hun kaars heel vaak en snel achter elkaar in een bak met koud water plonsen. Daardoor koelt de kaars af en stolt het kaarsvet.

Regenboog
Als ze daarmee klaar zijn is de laatste stap aan de beurt: de kleur. Tegen de muur van de kaarsenmakerij staan twee grote bakken met daarin allemaal losse emmertjes met elk een andere kleur. Roze, geel, rood, blauw en groen. Sophie is er al snel uit welke kleur ze wil. Geel. „Alleen maar geel?”, vraagt Willemijn verbaasd. „Ja, de ene kaars helemaal en de andere voor de helft. De andere helft mag wit blijven.” Willemijn doopt de kaars in de gele verf. Precies tot de helft. „Deze vloeistof is eigenlijk ook gewoon kaarsvet”, legt ze uit. „Maar hier zit kleurstof doorheen en het is nog veel heter.”

Hanna kiest voor een veelkleurige kaars. „Ik zag daar een kaars staan met de kleuren van de regenboog”, wijst ze naar een driehoekvormige kaars. „Dat wil ik.” Willemijn doopt eerst de helft in oranje en de andere helft in geel. Dan doopt ze gelijk erachteraan de gele kant in de blauwe vloeistof. De twee kleuren mengen een beetje en geven groen en lichtblauw. Nu is er dus al oranje, geel, groen en lichtblauw. Als de kleuren een beetje in de kaars getrokken zijn, komt er aan de oranje kant nog rood bij en aan de lichtblauwe kant nog een keer extra blauw wat donkerder wordt. En klaar is de regenboog. Nu weer heel vaak in het koude water dompelen en dan kunnen de kaarsen worden ingepakt.

Vormen
Ondertussen kijken Hanna en Sophie nog wat rond in de winkel. Ze zien allerlei vormen kaarsen. Willemijn laat zien dat ze voor sommige modellen een mal gebruikt. Daar zit de vorm van bijvoorbeeld een appel al in. „Je kunt het kaarsvet dan in de mal doen, zodat je steeds dezelfde vorm krijgt.”

Er staan ook kaarsen in de vorm van een hand. „Die maken we gewoon door mensen hun hand in de paraffine te laten dopen”, vertelt Willemijn. „Als je wilt mag je het proberen met je vinger.” Maar ze had toch aan het begin verteld dat het wel 65 graden heet was? „Ja, maar het valt wel mee hoor. En als je het te heet vindt, kun je je vinger in het koude water hangen.” Hanna en Sophie laten zich niet kennen. Na een paar aarzelingen dompelen ze hun vinger in het hete kaarsvet. „Au, au, au”, roept Hanna. „Ik ga in het koude water hoor.” „Als je heel even wacht wordt het minder”, zegt Willemijn. „Dan kun je je vinger van kaarsvet mee naar huis nemen.” Hanna zet door en inderdaad; het kaarsvet koelt af. „Kijk, nu kun je hem zo van je vinger af halen”, laat Willemijn zien.

De kaarsvetvingers passen bij het zakje met de kaarsen in. De meiden bedanken Willemijn en dan is het tijd om te gaan. Onderweg wordt het al donker. „Wat gezellig hè”, zegt Sophie terwijl we door een stadje rijden met overal lampjes. „Dit vind ik nou zo leuk aan de winter.”

 

Foto's & Video's

Geplaatst op: 04-12-2017 geschreven door: tekst Heidi van den Bovenkamp beeld Sjaak Verboom

naar magazine

Reacties

Wees de eerste om een reactie achter te laten!

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Groep 8 van basisschool De Brekeld in de gemeenteraad

Groep 8 van basisschool De Brekeld in de gemeenteraad

Basisschoolleerlingen uit groep 8 van de Brekeldschool namen vorige week plaats in de raadszaal van de gemeente Rijssen-Holten. Aan de hand...

lees meer

Bijzonder afscheidsfeestje voor Gerwin

Bijzonder afscheidsfeestje voor Gerwin

Maandag 9 juli nam groep 3 van de Ds. J. Fraanjeschool De Burcht in Barneveld afscheid van Gerwin Morren. En dat deden ze op een wel heel bijzondere...

lees meer