Jezelf prikken is niet fijn

Patat eten is niet zo’n goed idee en logeren bij een vriendin gaat niet. Gelukkig kunnen Joëlle Blom (11) uit Enspijk en Leonie Stam (11) uit Meteren bij elkaar logeren. Ze zitten in dezelfde klas en hebben allebei diabetes.

Wat is dat eigenlijk diabetes? „Als mensen dat vragen, zeg ik dat ze dat maar op internet moeten opzoeken”, lacht Leonie. Ze heeft die vraag al zo vaak gehad dat ze er niet zo’n zin meer in heeft om antwoord te geven. Maar bij uitzondering willen zij en Joëlle het wel een keer uitleggen. „In je alvleesklier zitten de eilandjes van Langerhans”, begint Leonie. „Als je diabetes hebt, zijn die kapot.” Joëlle kreeg het zelf ooit uitgelegd met een voorbeeld. „Die eilandjes zijn soort kluisjes. Als je suiker eet, komt dat normaal in zo’n kluisje. Maar als je diabetes hebt, heb je de sleutels van de kluisjes niet, waardoor de suiker niet verwerkt wordt en in je lichaam blijft.”

Wanneer Joëlle en Leonie via eten of drinken suiker binnen krijgen, wordt dat dus niet goed opgenomen door hun lichaam. De waarde van de suiker in hun bloed schiet omhoog, waardoor ze zich naar voelen. „Ik krijg dorst, voel me moe, heb hoofdpijn en volgens mama ben ik heel chagrijnig”, legt Joëlle uit. Zij en Leonie moeten daarom altijd goed opletten wat ze eten. In patat zitten bijvoorbeeld veel koolhydraten die worden omgezet in suiker. Dat is niet handig om te eten. Maar ook een gezonde maaltijd bevat koolhydraten en suiker.

25 glazen water
Drie jaar geleden wist Joëlle nog niet dat ze diabetes had. Terwijl ze griep had en steeds zieker werd, kreeg ze de klachten die ze nu heeft als haar suikerwaarde te hoog is. „Ik had zo veel dorst dat ik wel 25 glazen water dronk op één dag. Mijn moeder is verpleegkundige en dacht gelijk aan diabetes.” Joëlle mocht haar suikerwaarde meten bij iemand die ook diabetes heeft. „Hij was zo hoog dat het niet meetbaar was.” Ze ging naar de dokter, werd doorverwezen naar de spoedeisende hulp en eindigde op de diabetespoli. „Het enige leuke aan alles was dat ik daar zo’n grote ballon kreeg.” Waarschijnlijk heeft de griep ervoor gezorgd dat de eilandjes van Langerhans in haar alvleesklier nu niet meer goed werken.

In het voorbeeld dat Joëlle gebruikte, vertelde ze over de sleutel die de kluisjes openmaakt. Die sleutel heet insuline. Insuline is een stof die er normaal voor zorgt dat de suikerwaarde niet ineens omhoog schiet. Bij Joëlle wordt de stof niet meer aangemaakt. Ze moet daarom zelf insuline in haar lichaam spuiten. „De eerste negen maanden dat ik wist dat ik diabetes had, moest ik mezelf steeds spuiten”, vertelt ze. „Aan het begin was dat heel naar. Het doet best veel pijn. En door al die prikken in mijn buik, kreeg ik allemaal rode plekjes waar ik insuline had gespoten. Er kwam ook te veel insuline op één plek, waardoor mijn buik hard werd.”

Kastje met slangetje
Joëlle en Leonie hebben nu allebei een kastje met daaraan een slangetje dat in hun buik verdwijnt. In plaats van een paar keer per dag spuiten, moeten ze nu elke twee of drie dagen het slangetje met een naaldje in hun buik schieten. „Kijk, hier gaat het slangetje mijn buik in”, laat Leonie zien. De meiden hebben allebei rode plekjes van eerdere prikken.

„Ik laat wel even zien hoe het werkt”, zegt Joëlle. „Ik moet mijn waarde toch controleren nu.” Ze haalt een ander kastje te voorschijn. „In mijn bovenarm heb ik een sensor. Die moet ik er ook zelf in prikken.” Ze haalt het losse kastje langs de sensor op haar bovenarm. De waarde van haar suiker verschijnt op het scherm. Boven de 15. „Veel te hoog. Hij moet tussen de 4 en 8 zitten.” Ook Leonie checkt het even. Meer dan 17. Ze pakken allebei de kastjes op hun buik erbij en voeren de waarde in. „Het apparaatje berekent nu zelf hoeveel insuline erbij gespoten moet worden door het slangetje”, legt Leonie uit.

Spreekbeurt
Leonie kwam er een jaar geleden achter dat ze diabetes heeft. „Het is eigenlijk een heel grappig verhaal”, lacht ze. „We waren bij gym en ik had steeds zo’n dorst. Ik dronk heel veel, maar de dorst ging niet over. Joëlle had in groep 6 een spreekbeurt gehouden over diabetes. Daar moest ik weer aan denken.” Joëlle had een meetapparaatje bij zich. Met een prikje in de vinger van Leonie kon ze de suikerwaarde meten. „Hij was 22”, vertelt Leonie. „We geloofden het niet en probeerden het nog eens. Nog steeds 20. We hadden samen vastgesteld dat ik diabetes moest hebben.”

Achtbaansyndroom
Ondertussen weten ze allebei wanneer ze insuline moeten spuiten. Toch blijft de suikerwaarde in hun bloed vaak op en neer gaan. „We noemen dat het achtbaansyndroom”, lacht Joëlle. „Kijk, de grafiek lijkt net een achtbaan.” Hun ouders rekenen zo goed mogelijk uit hoeveel ze moeten spuiten voor een maaltijd om de waarde stabiel te houden. „Soms word ik er echt gek van”, verzucht Joëlle. „Mijn moeder vraagt steeds of ik al gebolust heb. Bolussen betekent insuline spuiten voor de maaltijd.”

Omdat de suikerwaarde altijd goed in de gaten gehouden moet worden, is het voor de meiden niet handig om te gaan logeren. Joëlle en Leonie voelen zich vaak niet lekker, moeten zichzelf prikken, kunnen niet zomaar wat eten en dan is logeren lastig.

Vaker ziek
Maar dat is nog niet alles. Ze zijn ook sneller ziek en missen dus regelmatig dagen school. Ook worden ze vaak bekeken door mensen. „Er zijn gewoon mensen van 60 die je nakijken in de supermarkt”, vertelt Leonie. „En toen ik op vakantie op de trampoline sprong, keken kinderen naar me. Ze vroegen: „wat heb je daar zitten?”. Ik heb dan echt geen zin om uit te leggen waarom ik een kastje bij mijn buik heb.” Haar moeder lacht. „Je moet de volgende keer maar zeggen dat ze het aan mij moeten vragen.” Joëlle baalt ook van de vragende blikken. „Ik zeg heel vaak dat het mijn afstandsbediening is.”

Volgend jaar gaan de meiden naar de middelbare school. Allebei naar een andere, dus ze hebben geen steun meer aan elkaar. Maar Joëlle heeft een hulphond, Kate, die haar kan helpen. „Kate gaat straks achterop in de mand mee naar school. Vrijdag is ze al een hele dag mee geweest. Met oefeningen leren we haar om geur te herkennen. Als het lukt, kan ze straks ruiken wanneer de waarde van mijn suiker te hoog of te laag wordt. Al voordat het zover is, krabt ze dan aan mijn been. Ik kan dan vast iets eten of juist insuline spuiten.” Joëlle neemt Kate de eerste weken van de middelbare school nog niet mee. „Ik wil niet dat ik vriendinnen krijg, omdat ik Kate bij me heb.”

Voorlopig hebben Joëlle en Leonie elkaar nog even. Ze delen op school hun pakjes drinken met elkaar als hun suiker laag is, kunnen bij elkaar logeren en weten van elkaar wat ze doormaken.En misschien wordt de behandeling van diabetes in de toekomst wel beter. „Eerst dachten dokters dat het niet te herstellen was”, vertelt Joëlle. „Nu ontdekken ze steeds nieuwe dingen en ze denken dat er ooit nog een tegenmiddel wordt ontdekt.”

Wat je niet meer mag vergeten over diabetes

Een andere naam voor diabetes is suikerziekte. Veel mensen denken dat suikerziekte komt door ongezond eten. Maar dat is bij Joëlle en Leonie helemaal niet zo. Ze vinden het erg vervelend dat mensen dat wel denken. Daarom is het goed om te weten dat er twee soorten diabetes zijn.

Joëlle en Leonie hebben type 1. Type 1 kan ontstaan door bijvoorbeeld een fikse griep. De griep zorgt ervoor dat er in je lichaam wat kapot gaat, waardoor de suiker helemaal niet meer verwerkt wordt. Type 2 komt meestal voor bij oudere mensen. Ongezond eten, roken en weinig bewegen kunnen er ook voor zorgen dat je type 2 krijgt. Bij dit type wordt de suiker wel verwerkt door het lichaam, maar veel minder goed. Als mensen met diabetes type 2 gezond leven kan het zijn dat ze minder last krijgen van de diabetes. Als je iemand tegenkomt met
diabetes of erover hoort, oordeel dan niet en bedenk dat er veel verschillende oorzaken kunnen zijn.

 

Foto's & Video's

Geplaatst op: 29-04-2019 geschreven door: Heidi van den Bovenkamp BEELD William Hoogteyling

naar magazine

Reacties

Wees de eerste om een reactie achter te laten!

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

RST Zorgverleners te gast bij groep 8

RST Zorgverleners te gast bij groep 8

“Het is 7u ’s morgens als we binnenstappen bij Mathilde. Mathilde is een meisje met een handicap.  Als jij ’s morgens opstaat, ben je...

lees meer

Zo erg was de oorlog

Zo erg was de oorlog

De opa van Rhodé heeft tulpenbollen moeten eten. De overgrootoma van Deborah mocht nooit naar buiten als de Duitsers langsliepen. De overgrootoma...

lees meer