Zeven vragen over de prehistorie

Wakker worden in een hol of hut; een dierenvel om je heen slaan en dan met je vader mee op jacht of met je moeder vlees roosteren boven een vuurtje. Zo ongeveer zou je dag begonnen kunnen zijn als je in de prehistorie was opgegroeid…

Vérder in de tijd kun je eigenlijk niet teruggaan: de prehistorie is enorm lang geleden! We hebben het dan over héél, héééél vroeger. Eerst maar eens een paar vragen over die geheimzinnige periode... En antwoorden natuurlijk.

1. Wanneer was de prehistorie?
Nou, da’s meteen een lastige! Niemand weet namelijk precies wanneer deze periode eindigde. Gewoonlijk wordt díe tijd bedoeld, waarvan geen geschreven bronnen zijn gevonden – of in elk geval geen teksten die iemand van nu kan lezen en begrijpen… De prehistorie begint bij het begin van het menselijk leven.
Niet-gelovigen beweren dat dat miljoenen jaren geleden zou kunnen zijn. Wij christenen gaan uit van de schepping, zo’n 6000 jaar geleden. Maar nogmaals: het eerste jaar van de prehistorie kan niemand noemen; het laatste ook niet.

2. Waarom zoek je niet gewoon uit hoe oud de oudste geschreven tekst is? Dan weet je wanneer de prehistorie eindigt!
Zo simpel schijnt het dus niet te zijn. Dit verschilt namelijk per streek en per cultuur. In China of Egypte bijvoorbeeld zijn véél oudere geschreven teksten gevonden dan bij ons in Europa. Bovendien: áls het wetenschappers al lukt om oeroude teksten te ontcijferen, dan weten ze natuurlijk nog niet altijd wanneer die teksten nu precíes geschreven zijn. Eén ding is duidelijk: we hebben het over de allereerste tijd op aarde, waarin mensen niets of nauwelijks iets opschreven. Verhalen werden mondeling verder verteld; met elkaar communiceren deed je door te praten of soms door een tekening. Die zette je niet op papier, want dat bestond niet, maar op steen of klei.
Weet je wat er ook niet was? Afval! Luchtvervuiling! Plastic in de oceanen! De weinige mensen die er op de aarde woonden, hadden haast niets. Dat wat ze gebruikten, was puur natuur.

3. Wat weten we verder van deze mensen af?
Ze worden jagers en verzamelaars genoemd. Nu zie je meteen voor je waarmee zij zich bezighielden, toch? Zelfs van boeren was in het begin waarschijnlijk nog geen sprake. Ze bleven aanvankelijk niet op één plekje wonen waar ze zaadjes in de grond stopten en wachtten tot de oogst, om die op te slaan en ervan te leven. Nee, ze trokken rond, op jacht met pijl-en-boog. Hadden ze een dier geschoten, dan droogden ze een deel van het vlees, zodat ze dat een poosje konden bewaren. Altijd waren ze op zoek naar eetbare planten, wortels en vruchten, naar noten en paddenstoelen. Dierenhuiden waren hun kleren, hutjes hun huizen. Ook grotten en tenten dienden als woningen.

4. Van welke dieren gebruikten ze het vlees en de huiden?
Gevonden fossielen (daarover later meer), botten en tekeningen laten zien dat er toen enkele andere dieren leefden dan wij nu kennen. De oeros is daar een voorbeeld van: een soort koe die inmiddels uitgestorven is.
Over de dinosaurus uit die tijd heb je vast al eens gehoord. Wist je dat die in de Bijbel ook voorkomt? Hij wordt daar leviathan genoemd, en –in andere vertalingen– zeemonster of draak.
Verder moeten er reuzenherten hebben rondgelopen, die ook wel Ierse herten heten, omdat hun skeletten in Ierland zijn teruggevonden.
Al net zo reusachtig waren sommige soorten mammoeten. De kléinste schijnt zo groot geweest te zijn als een olifant in onze tijd...!
Vlees genoeg dus, zou je zeggen. Maar ook: altijd gevaar rondom. Er wordt gedacht dat kinderen pas rond hun twaalfde mee mochten jagen, omdat het best riskant was.

5. Waarom heet de prehistorie prehistorie?
Pre betekent voor. Historie betekent geschiedenis. Het woord laat zien dat het gaat om een periode vóór de geschiedenis die wij –dankzij geschreven bronnen– een beetje denken te kennen. Soms gebruiken mensen het woord ‘oertijd’ voor deze eerste eeuwen van de wereld.
De prehistorie wordt trouwens ook weer verdeeld in drie verschillende perioden: de steentijd, de bronstijd en de ijzertijd. Deze perioden heten naar het materiaal dat de mensen toen gebruikten.
Eerst hadden ze namelijk alleen maar stenen gereedschappen, nog geen metalen. Van vuursteen en botten maakten ze allerlei spullen: van naalden tot hamers en bijlen. Klei en houtskool kwamen bij sommige klusjes ook goed van pas.
Daarna ontdekten ze brons, een soort mix van tin en koper, waarmee ze nieuwe voorwerpen konden maken. En uiteindelijk gingen ze ook ijzer gebruiken.

6. Als er niets is opgeschreven, hoe kunnen we dan toch zo veel dingen weten over die periode?
Goeie vraag! Je las hierboven al iets over gevonden botten, tekeningen en fossielen. Fossielen zijn resten van planten en dieren die in gesteente bewaard zijn gebleven. Mensen die ervoor geleerd hebben, kunnen uitrekenen of inschatten hoe oud zulke fossielen, botten of tekeningen zijn.
De vondsten bieden ook allerlei andere informatie. Als je ze combineert –bijvoorbeeld oude botten van een heel groot dier naast een oude tekening van een heel groot dier legt– kun je soms nog meer ontdekken over dit dier of over zijn omgeving en zijn leven. Daarnaast worden er nu en dan gebruiksvoorwerpen gevonden die duidelijk zo oud zijn dat ze wel uit de prehistorie moeten stammen.

7. Zoals…?
Een kano, een waterput, potten die gemaakt zijn van een soort klei, sieraden, speren, en soms zelfs een graf met resten van mensen erin.
Als een menselijk lichaam eeuwenlang goed bewaard is gebleven, noemen we dat een mummie. Soms is zo’n lichaam goed gebleven doordat het in het ijs van een gletsjer bevroren bleef.
Het kan ook zijn dat het in een bepaalde grondsoort terechtgekomen is, waardoor het nooit vergaan is. De veenbodem in bepaalde delen van ons land is zo’n grondsoort waarin een enkele keer een mummie gevonden wordt.
De gevonden voorwerpen kun je in musea bezichtigen, ook in Nederland.

Het is wel wonderlijk om in zo’n museum te staan en te bedenken dat je op dat moment kijkt naar spullen die mensen eeuwen vóór ons al hebben
gemaakt en gebruikt! Hoe anders was de tijd waarin zij leefden!
Je kunt je haast niet voorstellen hoe dit geweest moet zijn, maar dat maakt het juist extra boeiend om je erin te verdiepen.
En hoe meer je ervan weet, hoe beter je kunt inleven in deze verre, verre voorouders van ons. Al zullen er altijd raadsels blijven rond die bijzondere eerste eeuwen.

De archeoloog en de prehistorie
Als je een beroep zoekt waarbij je je mag bezighouden met de prehistorie, kun je denken aan het werk van een ar-che-o-loog. Een iets minder lastig woord hiervoor is: oudheidkundige.

Archeologen onderzoeken wie er lang geleden waar precies leefde en hóe de mensen leefden: hoe ze woonden en werkten en dachten, wat ze allemaal gebruiken. Archeologen speuren dus veel naar voorwerpen van vroeger of naar resten daarvan. Die bestuderen ze grondig. Soms graven ze letterlijk in de grond naar spullen, vaak ook werken ze in een laboratorium. De ontdekkingen die ze doen, geven ze door, in boeken of in lezingen bijvoorbeeld.
Om archeoloog te worden, kun je aan de universiteit gaan studeren. En weet je wat leuk is? Als je geen gelegenheid hebt om deze studie te volgen, maar toch graag iets met archeologie wilt doen, mag je jezelf ook ‘amateur archeoloog’ noemen. Dan maak je van archeologisch onderzoek gewoon je hobby.

Foto's & Video's

Geplaatst op: 05-02-2019 geschreven door: Jeannette Wilbrink-Donkersteeg BEELD iStock

naar magazine

Reacties

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Zeehond voorkomt ontsnapping van drugscriminelen

Zeehond voorkomt ontsnapping van drugscriminelen

In Australië zijn twee mannen die drugs probeerden te verstoppen tegengehouden door een grote zeehond. Een 51-jarige Fransman en een 34-jarige...

lees meer

Eekhoorns luisteren vogels af

Eekhoorns luisteren vogels af

Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat eekhoorns 'gesprekken' van vogels afluisteren. Zo kunnen ze weten of de omgeving veilig is. Wanneer...

lees meer