Blazen maar! Bijzondere blaasweetjes

Of het nu om glas of kauwgom gaat, het is blazen geblazen in dit verhaal… En hoe dacht je dat de wieken van een molen werken? Nooit geweten dat er bij zo veel dingen
geblazen moet worden!

Boze kat
De dieren doen mee met de blazerij. Sommige tenminste. Denk maar aan een poes. Het beestje kan heerlijk tevreden liggen spinnen in de vensterbank. Maar als-ie op straat een joekel van een hond tegenkomt, verandert hij in een klein monster met een opengesperde muil waarin scherpe tanden glinsteren. Er klinkt een dreigend geblaas, en de oren van het anders zo gezellige huisdier liggen plotseling plat op z’n kattenkop. Griezels! Vergis je niet! In veel gevallen is dit beestje helemaal niet agressief, maar juist gewoon heel bang. Wat zou het anders kunnen doen om zich te beschermen tegen de reus die daar voor hem staat te blaffen? Het blazen helpt! In negen van de tien gevallen beseft de hond dat het verstandig is om nu te vertrekken. De kat kan opgelucht adem halen.

Bel
Wanneer krijg jij vooral veel zin om te blazen? Juist ja, als je kauwgom in je mond hebt. Want dat is heus niet alleen maar gemaakt om op te kauwen. Iemand met kauwgom in de mond blaast minstens vijf bellen. Da’s nog niet zo gemakkelijk. Eerlijk is eerlijk: het sóórt kauwgom speelt ook een rol. Met speciale bubblegum moet het in ieder geval lukken, want die wordt ervoor gemaakt om mee te blazen. Dat doe je zo: 

1. Kauw de kauwgom goed glad, zorg dat alle suiker eruit is (de zoete smaak is weg).
2. Maak nu een plat pannenkoekje van de kauwgom door het met je tong tegen je gehemelte te duwen.
3. Houd je mond dicht, je tanden op elkaar en druk het pannenkoekje tegen de achterkant van je voortanden aan.
4. Nu kun je je mond een klein stukje opendoen en het voorste stukje van de pannenkoek naar buiten blazen. Laat de bel langzaam groeien.

Glas
Blazen als beroep? Ja hoor, dat kan. Vooral vroeger, toen er nog niet zo veel grote fabrieken waren, had je heel veel glasblazers. Hier en daar kun je hen nog altijd aan het werk zien. De glasblazer houdt een glazen buis in het vuur, totdat die volgens hem de juiste temperatuur heeft. Daarna begint hij voorzichtig door de buis te blazen. Ondertussen beweegt hij de buis heen en weer. Al blazend en bewegend zorgt hij ervoor dat het uiteinde van de buis de vorm krijgt die hij wil: van een drinkglas of een glazen kunstwerk. Knap! Als het voorwerp helemaal klaar is, tikt de glasblazer het van de buis. In een speciale koeloven laat hij het kouder worden: langzaam, niet te snel, want anders springt het glas en is al dat werk voor niks geweest.

Muziek
Heel wat mensen zijn in de loop der eeuwen beroemd geworden met hun geblaas op een instrument. Muziekinstrumenten worden vaak in drie groepen verdeeld:
1. Snaarinstrumenten, zoals de gitaar
2. Slaginstrumenten, zoals een drumstel
3. Blaasinstrumenten, zoals de dwarsfluit
Bij die laatste is het eigenlijk trillende lucht die de muziek maakt. De lengte van de klankbuis –het instrument dus– zorgt voor de hoogte van de tonen. Maar die lengte is toch altijd hetzelfde, zou je zeggen. Een trompet of een fluit maak je immers niet bij elke noot korter of langer. Dat klopt, maar je kunt wel door klepjes of gaatjes –die je open of dicht houdt– ervoor zorgen dat het lijkt alsof de buis een stuk korter of langer is. Op die manier zorg je voor verschillende tonen en klanken en zo maak je de mooiste muziek.

Wieken
Iemand die de eeuwen door ook afhankelijk is geweest van geblaas, is de molenaar. Alleen kon hij er zelf weinig aan doen, maar moest hij maar afwachten wanneer de wind ging blazen. Zonder wind kwamen de wieken van zijn molen tenslotte niet in beweging. Zodra het waaide, kon er worden gemalen, gezaagd of gepompt. Wat een gemakkelijk baantje, denk je misschien, de wind doet het werk. Maar dat valt tegen. De molenaar moet veel verstand hebben van het weer en van de techniek. Hij moet bijvoorbeeld de snelheid van het draaien van de wieken regelen. Als hij een watermolen heeft, moet hij de stroming van het water en het draaien van het waterrad goed in de gaten houden. Inmiddels oefenen nog maar een stuk veertig mensen in Nederland dit beroep uit. Wel zijn er ook nog eens meer dan duizend vrijwilligers die graag met molens werken.

Geplaatst op dinsdag 4 augustus 2020 door Jeannette Wilbrink-Donkersteeg BEELD Pixabay

naar magazine
Reacties laden

Laatste nieuws

Prinsjesdag in Staphorst

staphorstnieuw4.jpeg

Normaal staat groep 8 van de Prins Mauritsschool in Staphorst ieder jaar met Prinsjesdag langs de route in Den Haag. Afgelopen dinsdag kon dat...

lees meer

Megazonnebloemen

marcella_en_Lea_de_Bruynn.jpg

Marcella en Leah de Bruyn hebben in hun tuintje deze zonnebloemen gezaaid. Ze zijn supergroot geworden!

lees meer
  • Kits, christelijk kinderblad voor jou