Zand, zand en nog eens zand

Jelle (14), Auke (12) en Ymke (6) wonen vlak bij de woestijn. Soms gaan ze er kamperen. “Je bent dan in een landschap dat je nergens anders ziet.”

Nee, hun huis staat niet midden in het zand. Jelle, Auke en Ymke wonen gewoon in een stad. Maar die stad ligt wel vlak bij de Grote Arabische Woestijn. En dat kun je overal zien. Naast hun huis, op open stukken grond, groeit niets. Er is alleen maar zand.
Zand. Dat woord komt steeds weer terug als de broers en zus over hun leven in de Arabische wereld vertellen. Ze wonen daar sinds drie jaar. Hoe is het als je in een zandbak woont die bijna oneindig groot is?
Best cool, vinden ze alle drie. Vooral zandduinen, die zijn superleuk om in te spelen, maar vergis je niet: je klimt er echt niet zomaar bovenop. „Daar krijg je spierpijn van in je benen”, vertelt Ymke. „Het zand duwt je steeds terug en je zakt er ook diep in weg. Het is veel moeilijker dan een gewone heuvel opklimmen.”
Auke zegt precies hetzelfde. „Supervermoeiend is het om zo’n zandduin op te klimmen.” Leuker vindt hij het om weer naar beneden te gaan. „Je kunt rollen, glijden, zwemmen, wat dan ook. Als je er maar aan denkt om je mond dicht te houden. Ik deed dat dus een keer niet, en mijn mond zat direct vol zand. Het enige dat ik nog kon roepen was: Wa’er! Ik wil wa’er!”

Kamperen
Lang niet alle woestijnen in de wereld zijn zandwoestijnen. Rotswoestijnen komen vaker voor. Die zijn er ook in de Arabische Woestijn. Daar hebben de drie ook gekampeerd. „Met mijn vriend Jaël ben ik in een rotswoestijn geweest, met mijn vriend Jesse in een zandwoestijn”, zegt Auke. Zandwoestijnen zijn de mooiste, vinden ze alle drie. Jelle: „Die grote duinen, de vergezichten: een zandwoestijn ziet er gewoon cool uit. Het is een heel apart landschap.”

Over de leukste ervaring zijn ze het eens: kamperen midden in een echte zandwoestijn. „Dat heb ik een keer met mijn vriendin Inge gedaan”, zegt Ymke. „We hadden een tent en hebben gepicknickt. Dat vond ik leuk, alleen je eten wordt wel een beetje zanderig.”
Jelle herinnert zich koude nachten tijdens het kamperen.
„Mensen denken vaak dat het overdag heel heet is in de woestijn en ’s nachts heel koud. Nou, dat klopt helemaal.” Auke knikt. „Ik heb ’s nachts in een tent in de woestijn geslapen met drie lagen kleren aan.”

Schedels en botten
Wat ook gaaf is: met een auto rondcrossen door de woestijn. „We zijn weleens vast komen te zitten, maar dan graaf je ‘m gewoon weer uit”, zegt Jelle. „Je gaat bij de wielen zitten, graaft het zand weg, legt er een plank of een mat in en dan krijgen de wielen weer grip en kun je weer rijden.”
Een beetje eng was het wel om vast te zitten in het zand, vindt Ymke. En ook het kamperen zelf is volgens haar een klein beetje eng. „Ik dacht dat er schorpioenen waren. Ik heb ze gelukkig niet gezien. Ook kunnen er trouwens vieze grote spinnen zijn. Bleh.”

Auke herinnert zich dode dieren. „We vonden een keer schedels en botten midden in de woestijn. Ik weet niet van welk dier ze waren, maar ze waren best groot.”
Op een keer zag hij slangensporen naast zijn tent. „Kleine streepjes in het zand die altijd maar doorgaan. Ik zag ze toen ik ’s morgens mijn tent uitkwam. Ik was er niet bang voor, maar nu ik er over nadenk is dat eigenlijk best wel eng.”
Jelle moet glimlachen om de angst van zijn broer en zus. „Daar ben ik dus absoluut niet bang voor. In de bergen heb ik een keer een dode kameelspin aan een stok geprikt en geroosterd boven een vuurtje.
Nee, ik heb ‘m niet opgegeten. Ik weet niet of je dat overleeft.”

Douchen
Kamperen in de woestijn mag dan leuk zijn voor een paar nachtjes, de drie zijn het erover eens dat ze liever in een stad wonen dan midden in de woestijn. „Er is altijd zand, zand, zand”, zegt Ymke. „Als het dan toch moet, dan zou ik liever aan de rand van de woestijn wonen.” Alhoewel, aan de rand van de woestijn zijn vooral kleine dorpjes, bedenkt Auke. „Dan woon je nog steeds heel afgelegen, met alleen nomaden en bedoeïenen in de buurt. Dat zou ik liever niet willen.”

Jelle moet er al helemáál niet aan denken om midden in de woestijn te wonen. „Het probleem is dat ik helemaal niet echt van zand houd. Het gaat óveral zitten. Als je een keer in de woestijn bent geweest, moet je echt douchen daarna.”

Moeten kinderen de woestijn een keer gezien hebben?  „Wel als je van avontuur houdt”, vindt Jelle. „En van reizen en van bijzondere landschappen.
Maar als dat allemaal je niets uitmaakt, kun je gerust thuis in je gemakkelijke stoel blijven zitten.” Hoewel – dan mis je wel het allercoolste. En dat is volgens Auke ’s ochtends wakker worden in de woestijn. „En dan je tent openritsen en kreunend een duin op klimmen om er daarna heerlijk af te rollen. Dat het zand daarna zelfs tot in je onderbroek zit, is het helemaal waard.”

Kamperen in de woestijn is niet gevaarlijk als je je maar goed voorbereidt. Zorg bijvoorbeeld voor genoeg eten en vooral voor genoeg drinken! Verder moet je niet te ver de woestijn in gaan. Zorg dat je altijd weet hoe je terug moet! En: ga altijd met minstens twee auto’s voor het geval er één vast komt te zitten.

Wie aan de woestijn denkt, denkt aan zand. Toch zijn er niet zo veel zandwoestijnen. De meeste woestijnen bestaan vooral uit kale rotsen en grind. Ook zijn er zoutwoestijnen: daar was vroeger zeewater, dat is verdampt. Wat overbleef, is een laag zout, dat soms een beetje op ijs lijkt.

 

Foto's & Video's

Geplaatst op: 09-09-2020 geschreven door: en beeld Jacob Hoekman

naar magazine

Reacties

Wees de eerste om een reactie achter te laten!

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Prinsjesdag in Staphorst

Prinsjesdag in Staphorst

Normaal staat groep 8 van de Prins Mauritsschool in Staphorst ieder jaar met Prinsjesdag langs de route in Den Haag. Afgelopen dinsdag kon dat...

lees meer

Megazonnebloemen

Megazonnebloemen

Marcella en Leah de Bruyn hebben in hun tuintje deze zonnebloemen gezaaid. Ze zijn supergroot geworden!

lees meer