Winnaars verhaalafmaakwedstrijd

Schrijf het verhaal af, was de opdracht een tijdje geleden op de Kitspagina in RDMagazine. Massa’s creatievelingen gingen aan de slag. Het was een feest om de bijdragen te lezen. Uit al die mooie verhalen kozen we er drie. Maar eerst als opfrissertje nog even het verhaal dat moest worden afgemaakt.

DE BROMMER IN DE NACHT

Dat het plekje vér van de bewoonde wereld ligt, is alleen maar een voordeel, vindt Rens. Tevreden kijkt hij rond. Zijn legergroene tent valt niet eens erg op, midden in dit natuurgebied. Niets dan heide ziet hij voor zich, met een glinsterend meer waarlangs riet groeit. Achter hem strekt het bos zich uit.
„Beter kan niet”, verzucht hij voldaan. Zijn nichtje ligt languit naar de hemel te kijken, haar handen onder haar hoofd. „Ik had niet verwacht dat het zó eenzaam zou zijn…” peinst ze. „Ik dacht echt dat er geen eind kwam aan dat laatste stuk dat we moesten lopen.” „Dat was juist cool!” zegt Rens. „Hier kan niet eens een auto komen, en geen mens weet dat wij hier zitten!”
„Maar als er iets gebeurt, hebben we ook geen hulp”, zegt Maartje, en ze gaat rechtop zitten. „Niet eens bereik”, mompelt ze. „Mam had me haar mobiel niet hoeven lenen.” „Wat kan er hier nou gebeuren? Je kunt niet onder een auto komen, niet van een trap vallen, geen dakpan op je kop krijgen, nergens in…”
„…Een blindedarmontsteking!” valt Maartje Rens in de rede. „Of longontsteking.” „Haha, longontsteking! Plotseling op een snikhete zomerdag als je 12 jaar bent en kiplekker... Dat kan toch niet, joh! En áls je het krijgt, ren ik naar het huis van de beheerder van dit gebied.”
„Daar doe je meer dan een uur over”, voorspelt Maartje somber. „En dan moet je nog terug...
Zouden hier trouwens geen stropers komen? Er zit natuurlijk megaveel wild.” „Kom op, zeg!” roept Rens. „Hou het effe gezellig. Je had er net zo’n zin in!
Waarom doe je nou zo chagrijnig? We zouden zwemmen, knakworst opwarmen, heel veel potjes Beverbende doen, vliegeren en nog duizend leuke dingen!”
Maartje staat op. „Sorry, ik vind het gewoon een beetje spannend opeens.” Ze kijkt om zich heen. „Maar je hebt gelijk. Het is hier heel erg mooi. Zullen we gaan pootjebaden en dan eten klaarmaken? Wie er het eerste is…!”
Plonzend in het lauwe water, lijkt Maartje haar zorgen te vergeten. Rens haalt opgelucht adem als ze zelfs begint te fantaseren over het mini-eiland dat midden in het meer ligt. Zo kent hij haar weer! Later gaan ze een wereldreis maken, hebben ze afgesproken. Dan moet zo’n avontuurtje als dit haar toch niet afschrikken. Het leek Rens juist een goeie oefening.
„Zouden daar ook dieren leven”, vraagt Maartje zich hardop af, terwijl ze naar het eiland staart. „Het lijkt me net te ver weg om naartoe te zwemmen, maar ik word er zo nieuwsgierig van. Is dat een hutje tussen de bomen of lijkt het maar zo?” Ze rent naar de tent om haar verrekijker te halen en stelt vast dat er inderdaad een piepklein schuurtje op het eiland staat.
Die avond warmen ze macaroni op, kijken naar de sterren, doen spelletjes bij het licht van de kampeerlamp, lezen een stukje uit hun Bijbel en Bijbels dagboek, ritsen de tent dicht en kruipen dan genietend in hun slaapzak.
„Ik weet niet wat ik vanmiddag had”, bekent Maartje. „Het is hier alleen maar heerlijk en vredig. Ik moest even wennen, denk ik. Truste!”
Als Rens een uur of vier later wakker wordt, is er van ‘vredig’ geen sprake meer. Maartje zit aan zijn schouder te schudden en fluistert in paniek. „Rens! Word wakker! Hoor eens, Rens! Wat komt daar aan?”
Hij vliegt overeind en luistert. „Een brómmer?” fluistert hij ongelovig. Maartje kruipt tegen hem aan en hij slaat zijn arm om haar heen. Verstijfd van schrik wachten ze af. Wat doet een brommer midden in de nacht op deze afgelegen plek? Ze kunnen geen kant op. Het geluid nadert snel. Toch lijken de minuten uren te duren. Nu zien ze door het tentzeil heen het schijnsel van een lamp.
Pal naast hen stopt het geluid. Maartje kreunt zacht. Buiten klinkt kort gerommel en een bons. Dan wordt de brommer weer gestart en hij verdwijnt nog sneller dan hij gekomen is. Het duurt lang voordat Rens eindelijk de moed heeft om naar buiten te sluipen. Met zijn zaklamp schijnt hij rond. „Een boot!” zegt hij op gedempte toon. „Maartje! Iemand heeft een rubberboot voor onze tent gedropt!” Stomverbaasd steekt Maartje haar hoofd naar buiten.

En dan nu het vervolg van het verhaal...

WINNAAR 1
Adaja Bezemer (11) uit Soest
„Wat! Een rubberboot? Waarom is die hier gedropt dan?” roept Maartje. „Sst”, sist Rens. „Misschien is de persoon van de brommer nog in de buurt!” Maartje houdt gelijk haar mond. Samen sluipen ze voorzichtig naar de rubberboot. Rens kijkt er naar en haalt dan zijn neus op. „Bah, dit ding ruikt naar mijn vaders werkplaats in de schuur. Naar… olie! Dat is wel vreemd. Waarom ruikt een rubberboot naar olie?” Ze denken allebei diep na. Maartje haalt haar schouders op. „Ik weet het niet. Laten we eerst gaan slapen, dan zien we morgen wel verder.” Maar dan slaat Rens met zijn hand tegen zijn voorhoofd: „Ik weet het! Mijn vader las pas verontwaardigd een artikel voor, over… afvaldumpers, die dingen in de zee dumpen, waar vissen van dood gaan.” Maartje staart hem met open mond aan. „Ja, dat zou best kunnen. Maar we weten het toch niet zeker?” „Dat is waar, Maartje, maar ik heb wel een idee hoe we dat te weten kunnen komen. We moeten morgennacht…”
Het is nacht. Maartje en Rens zitten achter hun tent. Verborgen, maar wel zo dat ze kunnen zien wat er aan de voorkant van de tent gebeurt. Ze zitten er al een paar uur en Rens is al bijna in slaap gevallen, als Maartje aan zijn schouder schudt. „De brommer is er weer!” Rens is gelijk klaarwakker. Hij tuurt in het duister. Inderdaad, het geluid van een brommer wordt steeds duidelijker. Dan horen ze dat het geluid stopt en als Rens goed kijkt, ziet hij dat er twee brommers zijn en dat de bestuurders van hun brommer springen. Maartje spert haar ogen wijd open: er worden vaten in de boot gerold! Waarschijnlijk met olie! Rens heeft het ook gezien: zijn vermoeden was juist. Dit zijn afvaldumpers! Dan fluistert Rens tegen Maartje: „Ik moet naar het huis van de bosbeheerder. Dit is foute boel. Jij moet bij de tent blijven.” En weg is Rens met zijn zaklamp, voordat Maartje nog iets kan zeggen.
Daar sluipt Rens. Op zijn gevoel probeert hij zo snel mogelijk het huis van de bosbeheerder te vinden. Gelukkig, hij weet de weg nog. Na een poos struikelen en proberen, komt hij bij het huis aan. Hoe lang heeft het geduurd? Rens weet het niet. Hij ziet zo gauw geen bel en klopt hard op de deur. Rens hoort binnen wat gestommel en dan wordt er een raam geopend waarna een slaperig hoofd naar buiten steekt. „Wat is er?” „Kom gauw mee, meneer, er zijn afvaldumpers!” Als de bosbeheerder dat hoort bedenkt hij zich geen moment, kleedt zich aan en gaat met Rens mee, in zijn kleine outdoorauto.
Ondertussen is Maartje heel bang. De personen gaan niet weg, maar blijven in de buurt van de tent staan! Elk ogenblik verwacht Maartje dat de personen haar vinden. Maar dan hoort ze een geluid, van een auto. Zal dat Rens zijn? De personen hebben niks door, totdat ze opeens een fel licht op zich zien schijnen. „Handen omhoog! Jullie staan onder arrest.” Het is de bosbeheerder! De mannen schrikken zich een hoedje en een wil er wegrennen. Maar daar is op gerekend. De bosbeheerder springt op de wegrennende man en houdt hem in een houdgreep. Al snel geven de mannen zich over en zitten ze allebei in de outdoorauto. „Hartelijk bedankt”, zegt de bosbeheerder. „Deze mannen zochten we al lang, jullie horen nog wel van ons.” Als de auto weg is, zucht Maartje: „Dat was de vakantie wel, Rens.” En dat vindt Rens ook.


WINNAAR 2
Marjanne Pul (12) uit Uddel
„Een rubberboot?” herhaalt ze verbaasd. Even kijken ze elkaar aan. „Tsja”, vervolgt Maartje dan nuchter, „Zullen we maar weer gaan slapen?” Rens trekt een raar gezicht. „Slapen? Wie denkt er nou aan slapen als er een rubberboot voor zijn tent ligt?” „Ik”, antwoordt Maartje droog. Rens lacht kort. „Maar Maartje, nú kunnen we het doen, morgen is die rubberboot misschien al weg!” Maartje denkt even na. Wat moeten ze per se nú doen, wat bedoelt Rens? Dan krijgt haar gezicht een opgewonden uitdrukking. „Wauw, Rens! Natuurlijk! Maar…”, ze kijkt even bedenkelijk om zich heen, „Nú, midden in de nacht?” „Tuurlijk”, antwoordt Rens stoer, „Waarom niet?” „Nou, het is donker en…” „We hebben mijn zaklamp toch?” „Tsja…” Het is even stil. „Dus Maartje, ja of nee?” „Nou, eh…oké dan.” Rens springt op. „Yesss, dit wordt leuk. Laten we gaan, wat moeten we meenemen?” „Ons tasje met eten en drinken, enne… o ja, jouw zaklamp natuurlijk!” Snel kleden ze zich allebei om. Maartje doet alles in de boot, Rens ritst de tent dicht. Samen duwen ze de boot in het water en voorzichtig stappen ze erin. Maartje rilt en doet haar jas tot bovenaan dicht. Rens begint te roeien. Maartje giechelt: „We draaien alleen maar rondjes.” „Ik kan het echt wel, hoor”, zegt Rens gauw. En warempel, even later varen ze recht vooruit. „Weet jij hoelang we moeten varen?” vraagt Maartje terwijl ze met de zaklamp over het water schijnt. „Ik schat een kwartiertje”, antwoordt Rens wijs. Stil varen ze door. Het enige wat ze horen, is het ruisen van de wind en het kabbelen van de golfjes. Dan doemt er voor hen een klein stuk land op. „Ja!”, roept Rens opgewonden, „Dat is het!” Ze roeien naar de kant en stappen uit de roeiboot. Even blijven ze staan en kijken om zich heen. „We zijn er”, fluistert Maartje, „Ons mini-eilandje.” Dan komt er geritsel uit de donkere bosjes achter hen. Verschrikt pakt Maartje Rens’ hand. Haar hart klopt in haar keel. Ook Rens is bang, maar wil zich niet laten kennen. Als hij zich om wil draaien, horen ze een krakerige stem: „Nee…, mijn eilandje. Maar… jullie kan ik wel gebruiken, hoor!” Een kort, gemeen lachje volgt. Maartjes hoofd bonkt, haar ogen schieten angstig heen en weer. Papa…mama….nee! Dit wil ze niet! Ze moet hier weg! Ze hoort de voetstappen dichterbij komen. Even willen haar voeten niet. Ze ziet dat Rens vastgegrepen wordt. Dan zet ze het op een lopen. Bij de kant kijkt ze schichtig om zich heen. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en kijkt de duisternis in. Daar… heel in de verte… drijft de roeiboot. Ze gilt, hoog en schel. Dan opent ze haar ogen. O ja, ze logeert bij Rens.


WINNAAR 3
Thirza Stijnen (12) uit Ede

„Inderdaad”, zegt Maartje, „er ligt een rubberboot met een motor erop. Verbaasd kijken ze naar de rubberboot. Rens stapt de tent uit. „Wat ga je doen?” vraagt Maartje verschrikt. „Kijken of ik iets bijzonders zie.” Zegt Rens. Hij loopt rond de rubberboot, maar ziet niets. „Laten we maar weer gaan slapen”, zegt Maartje. „Is goed”, zegt Rens. „Dan kijken we morgen wel verder. Ze kruipen de tent weer in. „Laten we nog uit de Bijbel lezen”, stelt Maartje voor. „Is goed”, zegt Rens. Maartje pakt de Bijbel en leest een stukje voor. Daarna kruipen ze weer in hun slaapzak.
Slaperig opent Maartje haar ogen. Waar is ze? Ze kijkt om zich heen. Dan weet ze het, ze is samen met Rens aan het kamperen. Naast haar komt Rens zachtjes overeind. „Ik ben al wakker, hoor”, zegt Maartje. Rens is ondertussen naar de opening van de tent gelopen. „Wat ga je doen?” vraagt Maartje. „Ik ga nog een keer bij de rubberboot kijken”, zegt Rens. O, ja, vannacht was er een brommer, bedenkt ze. Opeens klinkt er een gil. Verschrikt komt Maartje overeind en haast zich naar de opening. Ze kijkt naar buiten en dan… begint ze keihard te lachen! „Haha”, giechelt ze! Rens is uitgegleden en ligt met zijn voet in een koeienvlaai. Rens trekt een heel vies gezicht en begint dan ook te lachen. Opeens worden ze allebei vastgepakt en krijgen een doek voor hun ogen. Hun harten bonzen. Ze worden meegenomen. Maartje wil, gillen, bijten, trappen…, maar ze doet het niet. Het heeft toch geen zin. Ook Rens doet niks. „Voet omhoog”, gebiedt een stem. Ze stappen over iets heen. Ze stappen in de rubberboot, voelt Maartje. Ze moeten gaan zitten. Rens pakt haar hand vast en knijpt er even in. Dan wordt de motor gestart. Langzaam varen ze weg. Na een poosje wordt de motor weer gestopt en ze moeten uitstappen. Voorzichtig stapt Maartje uit. Ze zijn op het eilandje, bedenkt Maartje. Er komt een drempel”, klinkt weer dezelfde stem. Ze doet haar voet omhoog en stapt er keurig overheen. Opeens grijpt Rens haar vast. Hij struikelt, gelukkig kan hij zijn evenwicht bewaren. Ze moeten gaan zitten. Dan worden de blinddoeken afgedaan. Vol verbazing kijken ze om zich heen… Ze zien: slingers, ballonnen, tafels met lekkere hapjes, taart, drinken en hun hele familie. Ze draaien zich om en zien dat de jongens die hem meenamen hun broers en neven waren. Dan beginnen ze allebei te lachen. „Dat was een goeie grap! We zijn heel erg geschrokken”, roepen ze. De hele familie lacht…

Geplaatst op: 11-06-2020 geschreven door: Jeannette Wilbrink-Donkersteeg BEELD iStock

naar magazine

Reacties

Anna stolk op
Een hele mooie verhalen. Allemaal toppie gedaan!!

Laat een reactie achter

Naam:
E-mail:
(Jouw e-mailadres komt niet bij het bericht op de website)

Nieuws van vandaag

Prinsjesdag in Staphorst

Prinsjesdag in Staphorst

Normaal staat groep 8 van de Prins Mauritsschool in Staphorst ieder jaar met Prinsjesdag langs de route in Den Haag. Afgelopen dinsdag kon dat...

lees meer

Megazonnebloemen

Megazonnebloemen

Marcella en Leah de Bruyn hebben in hun tuintje deze zonnebloemen gezaaid. Ze zijn supergroot geworden!

lees meer